Lichaamshouding bepaalt de voetstand.

De lichaamshouding bepaalt voor een belangrijk deel de voetstand en de voetdruk. Omgekeerd kan een verandering in de voetstand, b.v. door het dragen van therapie/steunzolen, invloed uitoefenen op de lichaamshouding.
Aan een blauwdruk kan een geoefend therapeut voor een deel de lichaamshouding aflezen, en vaak ook al zien of er een beenlengteverschil aanwezig is.

De gezonde/gewone voet

Mensen met de gewone voetafdruk hebben meestal geen voet- of rugklachten. De voet heeft een goed grondcontact met de hiel, de middenvoet (aan de buitenrand) en de voorvoet.
De middenvoet heeft een goede lengteboog. Dat is te zien aan de linkerkant, waar de middenvoet geen contact heeft met de grond.


De holvoet

De holvoet heeft een hoge wreef en daardoor heeft de middenvoet geen grondcontact. Hij heeft vrijwel altijd hamertenen, een doorgezakte voorvoet en een knokkel bij de grote teen.
Lage rugpijn, nekklachten en hoofdpijn komen veel voor bij mensen met deze houding en voeten.
De klachten verergeren meestal in rust en nemen af bij bewegen.


De platvoet

Het middengedeelte van de platvoet heeft weinig of geen lengteboog en rust daardoor (vrijwel) helemaal op de grond.
Het kan aangeboren, of later ontstaan zijn.
Mensen met plat(te) voeten hebben ook veel kans op lage rugpijn en nekklachten. Ze zijn in de regel snel moe.



Bestand: Folder Beenlengteverschil-C.pdf